home >>> archief >>> archief veldwerk
   
> Veldwerk - algemeen
> Voorlopige bevindingen van het archeologisch onderzoek in de Schoolstraat in Zevenaar
> Detectiepoortjes zijn van alle eeuwen  
De Romei in Zevenaar 2002  
Verslag zomeropgraving 2003  
Verslag zomeropgraving 2004
Verslag Zomeropgraving 2005  
Arnhem – Musiskwartier  
Arnhem – Eusebiusbinnensingel  
Verslag AWN Zomeropgraving Bennekom 3-12 augustus 2004
^
Veldwerk - algemeen  
   

Het veldwerk is een belangrijke pijler van de afdeling. Veel mensen vinden het leuk om in het veld actief met archeologie bezig te zijn. Het veldwerk kan bestaan uit:

•  het doen en beschrijven van grondboringen. Hiermee wordt inzicht verkregen in de bodemopbouw en de aanwezigheid van archeologisch materiaal zoals aardewerk of houtskool. Meestal vindt het booronderzoek plaats voorafgaand aan bijvoorbeeld bouwplannen. Het is dan een hulpmiddel om vast te stellen of het terrein archeologisch waardevol is en er nader onderzoek nodig is

•  het uitvoeren van een veldverkenning. Hierbij wordt een terrein systematisch afgelopen en worden vondsten verzameld die aan het oppervlak liggen.

•  een opgraving. Vrijwel altijd vindt een opgraving plaats onder leiding van een gemeente of bedrijf. De AWN kan hierbij meehelpen. In enkele gevallen doet de AWN zelfstandig onderzoek. Werkzaamheden op een opgraving kunnen zijn het schaven van een vlak in de put, het schaven van een profiel, het tekenen van grondsporen of profielen, of het uitgraven van bijvoorbeeld een waterput.

Veel van het veldwerk vindt plaats in nauwe samenwerking met de gemeentearcheologen van Arnhem en Ede.

Voor het meest actuele overzicht van het veldwerk kunt u contact opnemen met onze veldwerkleiders:

•  Voor inlichtingen over het veldwerk in de omgeving Ede-Bennekom kunt u contact opnemen met de veldwerkleider .

•  Voor inlichtingen over het veldwerk in Arnhem kunt u contact opnemen met de contactpersoon voor de gemeente Arnhem .

•  Voor inlichtingen over het veldwerk in de Liemers kunt u contact opnemen met de veldwerkleider .

•  Voor inlichtingen over het veldwerk in het buitengebied kunt u contact opnemen met .

•  Voor alle overige zaken kunt u contact opnemen met de veldwerkcoördinator .

Veldwerkzaterdagen

Veldwerkactiviteiten worden altijd aangekondigd op onze lezingen en op de website. Onze vaste veldwerkzaterdagen zijn de zaterdagen na de lezing. Het programma voor deze zaterdagen wordt op de lezing daaraan voorafgaand bekend gemaakt. Diegenen, die er aan mee willen doen verzamelen zich 's morgens bij de werkplaats aan de Nijhoffstraat 42 te Arnhem. Vanaf daar vertrekken we om naar de opgravingslokatie. Het is ook mogelijk dat een andere verzamellocatie wordt afgesproken.

Naast deze zaterdagen kunnen ook op de tussenliggende zaterdagen en doordeweeks activiteiten plaatsvinden. Voor informatie over de veldwerkzaterdagen kunt u bellen of mailen naar Dénes Beyer.

Op werkdagen wordt assistentie verleend aan de gemeentelijke archeologen van Arnhem en Ede.

Aarzel niet om aan onze veldwerkaktiviteiten deel te nemen. Er is geen speciaal gereedschap of kennis voor nodig. Het is de doelstelling van de AWN om mensen met de archeologie kennis te laten maken. Als vereniging zorgen wij voor de benodigde gereedschappen en begeleiding. Het enige waar u voor moet zorgen is eten en drinken en een goed humeur. Voor het graafwerk worden schoenen met vlakke zolen aanbevolen, en bij nat weer uiteraard laarzen en regenkleding.

Oproep veldwerk

Gezocht: vrijwilligers om mee te graven.

Dijkdoorsnede

Gezocht: vrijwilligers en projectcoördinator.
Het gaat om een doorsnede door de middeleeuwse dijk van de Liemers ten zuidwesten van Groessen. Ten behoeve van de Betuwelijn is deze dijk doorsneden. Eén van de uiteinden heeft geen functie meer en is onafgewerkt gebleven. Hier doet zich de mogelijkheid voor het volledige dijkprofiel zichtbaar te schaven, in te meten en te tekenen. Dit profiel moet inzicht kunnen opleveren in de ophogingsgeschiedenis van deze dijk van de middeleeuwen tot heden.

Verder kan er nog meegegraven worden bij twee projecten van archeologische bedrijven in de omgeving van Didam. Nadere informatie hierover volgt nog.

Opgeven en informatie inwinnen kan bij:

, voorzitter
(0316) 344 241

, secretaris

 

 
^
Voorlopige bevindingen van het archeologisch onderzoek in de Schoolstraat in Zevenaar  
 
Van woensdag 21 januari t/m dinsdag 27 januari 2004 zijn door leden van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland waarnemingen gedaan op de plaats in de Schoolstraat waar een onderkelderd appartementencomplex zal verrijzen. De waarnemingen zijn gedaan tijdens het uitgraven van de bouwput. Hierbij zijn voornamelijk overblijfselen van vroegere bewoning gevonden vanaf de 17 e t/m de 20e eeuw.

Dit sluit aan op de historische aanduiding "Nijstadt" voor deze plaats. Deze benaming zou erop duiden dat dit gedeelte van de stad niet direct na de stadsrechtverlening in 1487, maar in een later stadium in gebruik genomen is. Dit lijkt nu door de onderzoeksresultaten bevestigd te worden. Op de onderzoekslocatie werden alleen ondiepe funderingsresten aangetroffen. Dit is een totaal ander beeld dan ca. 50 meter zuidelijker, waar bij onderzoek in 1996 flink wat vrij diep zittende laatmiddeleeuwse funderingen aangetroffen zijn.

Qua vondsten leverde het onderzoek geen spectaculaire resultaten op. Naast de ondiepe funderingen van voornamelijk kleine huisjes zijn enkele waterputten en beerputten de belangrijkste constructies die werden aangetroffen. Verder werden enkele afvalkuilen aangetroffen. De plek van onderzoek ligt midden in de voormalige Aa-bedding, hetgeen in de bouwput duidelijk vastgesteld kon worden aan de afwisselend voorkomende lagen van klei en puur zand, die door het stromende water afgezet zijn.

Het vondstmateriaal bestaat voornamelijk uit aardewerkscherven en botten. De botten zijn afkomstig van dieren en moeten als slachtafval beschouwd worden. De oudste vondsten zijn enige aardewerkscherven uit de 15e eeuw.

De omstandigheden waaronder de amateurarcheologen van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling Zuid-Veluwe en Oost-Gelderland, hun waarnemingen hebben gedaan, waren niet optimaal. Het was tamelijk koud en nat winterweer. Desondanks is het belangrijkste resultaat dat de Nijstadt-theorie over dit gebied door de waarnemingen bevestigd lijkt te worden.

Met dank aan dhr. L. Laurense van LSKK en dhr. R. Geven van fa. Geven voor de medewerking bij het onderzoek.

Jan Verhagen

Zevenaar, Jan Ruysch
Gezicht op de stad Zevenaar. Detail van een kaart van Jan Ruysch, 1577 Gelderse rekenkamer no. 160
^

Detectiepoortjes zijn van alle eeuwen

 
   
Wanneer de aarde haar geheimenprijs geeft. ontdek je soms leuke parallellen tussen vroeger en nu. De detectiepoort van vandaag de dag is eigenlijk helemaal niet nieuw. Ook in de Middeleeuwen kende men al iets soortgelijks.

Door Wilma Reinders
ARNHEM.
De bouwput van het Musiskwartier ,hartje Arnhem. Een deel van de oude stadsmuur uit de late Middeleeuwen rijst op uit de grond. Hij stamt uit eind dertiende, begin veertiende eeuw.
Doe je ogen dicht en sluit alle geluiden uit de 21ste eeuw buiten.
Geluiden van langsrazend verkeer, van een enorme betonhamer, van bouwactiviteiten. Waan jezelfb bij eenmiddeleeuwse stadsmuur rond 1400. Er is volop levendigheid van mensen die de stad uitgaan om hun akker te bewerken. Handelaren an buiten willende stad juist in om hun koopwaar te slijten.
Maar zo eenvoudig gaat dat niet. Ook toen al had het stadsbestuur oog voor beveiliging. Eerst loopje door de voorpoort. Om het moeilijker te maken de stad inte komen, moetje eerst via de 'dwingel'overde gracht naar de hoofd- poort. Daar wachten de poortwachters je op om te kijken of je de stad in mag. Eigenlijk een voor- loper van de moderne detectiepoort.
Terug naar het jaar 2005. Staand in de vroegere gracht zijn de steunberen van de dwingel -die dus de voorpoort met de hoofd- poort verbond -zichtbaar. Links is de duiker te zien, die onder de dwingel doorliep om het grachtwater door te laten. De. dwingel heeft bovenaan schuine kanten. Om mensen te beletten via de gracht de muur op te klimmen. "Stadsmuur, voor- en hoofdpoort zijn één bouwwerk” zegt stadscheolog Mieke Smit. "Dat kunje, zien aan dezelfde grote bakstenen die zijn gebruikt. Hoe groter het formaat baksteen, hoe ouder het bouwerk. Aan het formaat te zien, stamt dit uit eind dertiende, begin veertiende eeuw."
Er zijn al eerder delen van de oudede Arnhemse stadsmuur terug gevonden tijdens de graafwerkzaamheden in het Musiskwartier. "Op het het Johnny van Doomplein hebben we de voorpoort gevonden. De hoofdpoort hebben we nietaangetroffen." Helaas moet de muur worden afgebroken. "Hij kan niet blijven staan, omdat hier grote kelders komen ", vertelt de stadsarcheologe. "De muur heeft eeuwen onder de grondgezeten, dus het materiaal is heel bros.je kunt er niet even een stuk uitzagen. De duiker kan wel blijven zitten." Dat is leuk voor de volgende generaties, wanneer die over pakweg een eeuw het MusiskWartier verouderd vinden en de zaak gaan slopen. Dan komen zij de duiker weer tegen. Jammer genoeg is er van de middeleeuwse stadsmuur in dit gebied dan niets meer te vinden.
De gevonden resten maken deel uit van de vroege stadsverdediging van Arnhem, vertelt Smit. “De muur is steeds aangepast aan de verschillende vormen van oorlogsvoering en aan het soort wapens. Inde zestiende eeuw had je een ronde verdedigingrondom de voorpoort. In de zestiende eeuw is dat weer aangepast en is er een punt voor gebouwd. Door alles wat inmiddels is gevonden op één kaart te zetten, kun je de stukjes aan elkaar puzzelen en weet je hoe het er vroeger uit moet hebben gezien." De stadsmuur maakt onderdeel uit van de stadsgeschiedenis van Arnhem. "Daarom is het belangrijk om het te onderzoeken", vindt Smit. "Meestal vinden we vage sporen, maar dit is heel tastbaar en daardoor herkenbaar voor mensen. Het spreekt veel meer tot de verbeelding."

bron: de Gelderlander

Klik voor een grotere versie
Klik op de foto voor een grotere versie



Velperpoort 1650
De Velperpoort te Arnhem, omstreeks 1650
Anthonie Waterloo (1609-1690)
De Velperpoort uit het oosten gezien. De hoge toren links hoorde bij de binnenpoort, in het midden de tweede of middelste poort, in de stadswal de buitenpoort. Van de buitenpoort voert een stenen boogbrug naar het Gaymansbolwerk. Rechts daarvan een openstaand hek.
bron: Topografische Atlas Gelderland - drs. M.J.C. Otten en drs. C. Schepel



Klik voor een grotere versie
Klik op de foto voor een grotere versie
Arnhem, Velperpoort reconstructie aan de hand van waarnemingen.



Roggestraat, duiker
De duiker onder de Roggestraat. Je kunt zien dat deze vanuit de straat, waarschijnlijk bij rioolaanleg, deels is gedicht met grond. drs. J.G.M. Verhagen
^
De Romei in Zevenaar 2002  
   
Voorlopige bevindingen van het archeologisch onderzoek in de pastorietuin (aan de Romei) in Zevenaar  
   
Bij dit onderzoek, dat van donderdag 31 oktober t/m woensdag 13 november plaatsvond, zijn overblijfselen van vroegere bewoning gevonden die teruggaan tot de 11e eeuw. In de opgravingsput is met name een flinke hoeveelheid scherven van aardewerk uit de 11e en 12e eeuw gevonden. De vondsten bestaan niet alleen uit schervenmateriaal. Er zijn in de opgravingsput ook grondverkleuringen uit de 11e, 12e en 13e eeuw gevonden. Deze ingravingen zijn gemeten en getekend. Het gaat voornamelijk om afvalkuilen en paalsporen (plekken waar houten palen gestaan hebben). Tot de bijzondere vondsten behoort een stuk van een middeleeuwse handmolensteen.
Tot de grondsporen behoort onder andere een greppel uit de 12e of 13e eeuw en een vermoedelijke houten waterput. Deze laatste is niet verder onderzocht.

Dit zijn de tot nu toe oudste vondsten uit het centrum van Zevenaar. Even oud materiaal is in 1987 ook gevonden onder de middeleeuwse burcht, die op het huidige Masiusplein gelegen heeft. Aangezien de burcht in de 13e eeuw gebouwd is, nemen we aan dat er aan deze burcht een hof voorafgegaan is, die dan in de 11e en 12e eeuw bestaan moet hebben. De vondsten die nu bij de Romei gedaan zijn, lijken dit te bevestigen. Aangenomen wordt dat deze hof zich tot voorbij de Romei uitgestrekt heeft.

Verder is er tijdens de opgraving een tot nu toe niet bekende gracht blootgelegd. Deze gracht heeft op de perceelsscheiding tussen de pastorietuin en het aangrenzende perceel van Lubbers gelegen. Deze gracht is met een steile binnenoever tot diep in het grondwater uitgegraven en was de buitenste van de drie grachten waarmee de Zevenaarse burcht en voorburcht omgeven waren. Hiermee is de zuidelijke begrenzing van het burchtcomplex vastgesteld, waardoor we nu weten dat het burchtcomplex inclusief grachten ca. drie hectare besloeg.

Door het onderzoek is het nu ook aannemelijk geworden dat in de pastorietuin zelf indertijd een wal gelegen heeft. Er zijn namelijk sterke aanwijzingen dat de burcht en voorburcht van Zevenaar van de 15e tot in de 17e eeuw geheel door een aarden wal omgeven waren. Een gedeelte van deze burchtwal ligt heden ten dage nog aan het Masiusplein. Deze burchtwal moet binnen de buitenste gracht gelegen hebben.
Bij de huidige opgraving werden tot nu toe helemaal geen scherven uit de 15e tot 17e eeuw gevonden, terwijl Zevenaar toen volop bewoond was. Dit probleem is opgelost als we aannemen dat hier de wal gelegen zou hebben, want dan kan er in die tijd nagenoeg geen materiaal in de bodem terecht gekomen zijn.

Ook de naam Romei past in dit beeld. Romei is een verbastering van Homei, een afsluitbare doorgang. Tot voor kort werd aangenomen dat de Romei buiten de burchtwal gelegen zou hebben. Door de opgraving is nu het nieuwe inzicht gegroeid dat de Romei binnen de burchtwal gelegen moet hebben. Het was dan zo dat, wanneer je indertijd vanaf de Andreaskerk de Romei in ging, je na 25 meter over een houten brug kwam en meteen daarna door een doorgang in de wal, om vervolgens verder het burchtterrein op te gaan.

Verder zijn op het terrein vondsten uit de 17e t/m de 20e eeuw gedaan. Hiertoe behoort o.a. een bakstenen waterput uit de tweede helft van de 17e eeuw.

De opdrachtgever tot dit onderzoek was de gemeente Zevenaar.

Dat het onderzoek mogelijk gemaakt is, is te danken aan de samenwerking tussen: de gemeente Zevenaar, de provincie Gelderland (provinciaal archeoloog mevr. F. de Roode) en het parochiebestuur van de Andreasparochie (eigenaar van de grond).

Het parochiebestuur heeft voorafgaand aan de bouw van een woonruimte voor pastores de tijd gegeven om op een verantwoorde wijze onderzoek te doen.

Het archeologisch onderzoek werd uitgevoerd door de gemeentelijke archeologische dienst van Arnhem in de personen van Mieke Smit en Paul Beekhuyzen (beroepsarcheologen). Medewerking werd verleend door vrijwilligers van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling Zuid-Veluwe en Oost-Gelderland.

Jan Verhagen, 17-11-2002

 
^
Verslag Zomeropgraving 2003  
 
Van maandag 18 augustus t/m woensdag 27 augustus 2003 heeft de jaarlijkse zomeropgraving van AWN afdeling Zuid-Veluwe en Oost-Gelderland plaatsgevonden. Het betrof opgravingswerkzaamheden in het Musis-kwartier tussen de Beekstraat en Walstraat in Arnhem.

De zomeropgraving in Arnhem maakte onderdeel uit van een langer lopend project van de gemeentelijke archeologische dienst van Arnhem. Voor de uitvoering van het totale onderzoek van april tot november zijn o.a. project-archeoloog René v.d. Mark, veldtechnici en veldmedewerkers ingehuurd van het archeologisch bedrijf BAAC.

Tot nu toe is bij de uitvoering van het project duidelijk geworden dat er sprake is van stenen huisfunderingen en kelders vanaf de 14e / 15e eeuw. Op het diepste niveau zijn sporen van bewoning (huizen van hout en leem) aangetroffen die teruggaan tot in de 10e / 11e eeuw. Er moet toen langs de Jansbeek al sprake geweest zijn van een pre-stedelijke nederzetting. Dit sluit goed aan op de resultaten van onderzoeken van onze AWN-afdeling die eerder in de Bovenbeekstraat en de Bentinckstraat hebben plaatsgevonden. Verder zijn bij het onderzoek in het Musis-kwartier tot nu toe ook enkele oudere, mogelijk prehistorische scherven gevonden.

Bij onze zomeropgraving hebben we enkele huispercelen aan de Walstraat onderzocht. Met name in werkput 22 hebben we veel verschillende bewoningssporen onderzocht. Aan de Walstraat is sprake van een recente kelder, maar door het onderzoek is duidelijk geworden dat er twee oudere kelders voorzien van tongewelf geweest moeten zijn. Onder de vloer van de recente kelder kwam nog de fundering van de oudere keldermuren tevoorschijn. Bovendien zijn nog sporen van de vermoedelijke traptoegang van de oudste kelders in één van de muren aangetroffen.

Op de rest van dit huisperceel zijn veel muurfunderingen aangetroffen uit verschillende fases. Ook zijn lemen vloeren gevonden en brandsporen. In hoeverre de brandsporen van bewuste activiteiten of van b.v. een stadsbrand afkomstig zijn, is nog niet duidelijk. Alle sporen zijn ingemeten en vastgelegd op een vlaktekening schaal 1:20.

Tijdens het onderzoek is ook een beerput tevoorschijn gekomen. Deze bleek afgedekt te zijn met een koepel van baksteen, versterkt met steunribben. Ook de glijgoot waarlangs het afval in de beerput terechtkwam, is aangetroffen. De inhoud van de beerput moet nog worden onderzocht. Dit gebeurt zodra het huisperceel dieper uitgegraven zal worden.

Verder zijn de zomeropgravers actief geweest met het opschonen van enkele andere huispercelen die pas zijn blootgelegd. Ook hierbij werden veel muurwerk, enkele keldertjes en bakstenen vloeren aangetroffen. Onder enkele van de muren bleken enorm veel aardewerkscherven te zitten, waaronder een compleet potje van volksaardewerk uit de 16e of 17e eeuw.

Er hebben aan onze zomeropgraving in totaal 20 deelnemers meegedaan. Het gaat om de volgende personen:

Jan Verhagen (leiding)
Dénes Beyer (leiding)
Gerard van Bergen
Hans Leenders
Trees Boltze-Nieuwenhuis (vondstverwerking)
Anke Baljet-Peters (vondstverwerking)
Corrie de Man-Verhagen
Bart-Jan de Man
Rein van Balen (meten)
Talya Sharp
Lenie Strijbosch-Blom
Henny Peters
Ton de Lorijn
Leen Kruithof
Theo Nakken
Tine van Wijk
Henny Feenstra
Ron Moerenhout
Jos de Grood
Brigitte Schoonebeek

Op donderdag 21 augustus zijn we om 15.00 uur ontvangen op het provinciehuis van Gelderland, alwaar we uitleg kregen over het werk van de provincie en de bouwkundige en kunstzinnige aspecten van het provinciehuis. Verder hebben we de Sabelspoort van buiten en van binnen bezichtigd, de enige stadspoort van Arnhem die bewaard is gebleven.

De zomeropgraving was als vanouds gezellig. Gelukkig was de hittegolf voorbij. We hebben gegraven bij temperaturen van 19 tot 25 graden Celsius. We beschikten over een eigen keet met koelkast en aanrechtje met stromend water. En koffie werd door de gemeente Arnhem verstrekt. Kortom goede secundaire vrijwilligersvoorwaarden. Zou dat standaard gaan worden?

 
^
AWN zomeropgraving van de afdeling Zuid-Veluwe en Oost-Gelderland 2004  
 
De AWN zomeropgraving van de afdeling Zuid-Veluwe en Oost-Gelderland gaat definitief door!! Het was lange tijd onzeker of er wel een zomeropgraving zou komen, en zo ja wanneer. Vandaar dat dit bericht zo kort van tevoren komt.

De zomeropgraving vindt plaats van dinsdag 3 tot en met vrijdag 13 augustus in Bennekom. De locatie is het terrein van het voormalige streekziekenhuis langs de snelweg A12. Bij een booronderzoek eerder dit jaar zijn diverse vondsten aangetroffen. Naar aanleiding daarvan vindt op dit terrein momenteel een groot proefsleuvenonderzoek plaats door ADC ArcheoProjecten. Dit onderzoek is 13 juli begonnen en gaat ongeveer 6 weken duren. Het is bedoeld om in kaart te brengen welke sporen er op het terrein aanwezig zijn. Eén van de proefsleuven kan in zijn geheel door de AWN onderzocht worden. De sleuf is 5 meter breed en 50 meter lang. Alle facetten van het archeologisch veldwerk zullen aan bod komen, meten, schaven, tekenen, couperen etc. Er worden sporen uit de IJzertijd verwacht, met mogelijk ook sporen uit de Bronstijd en de Romeinse tijd.
De opgraving staat onder leiding van Suzanne van der A van de gemeente Ede. We zullen graven onder de opgravingsbevoegdheid van het ADC. Namens de AWN ligt de leiding bij Wim Angenent en ondergetekende.

Wie mee wil doen kan zich aanmelden bij mij. Er wordt gegraven van dinsdag 3 tot en met vrijdag 6 augustus, en van dinsdag 10 tot en met vrijdag 13 augustus.
Geef bij je aanmelding aan welke dag(en) je wilt meedoen. Dit wordt vastgelegd zodat we er bij het plannen van de graafwerkzaamheden rekening mee kunnen houden. Wil je niet graven, maar wel meehelpen, dan kan dat natuurlijk ook. Er zullen zeker ook werkzaamheden zijn die fysiek niet inspannend zijn. Mocht het vervoer een probleem zijn, neem dan contact met mij op. Het is waarschijnlijk wel mogelijk iets af te spreken.

Vlak voor de start van de zomeropgraving krijg je dan nadere informatie toegestuurd over de precieze locatie, routebeschrijving, tijden, en de vindplaats.

Het is ook mogelijk om op andere dagen mee te helpen aan het onderzoek. Het is alleen de vraag of gedurende het gehele onderzoek altijd behoefte is aan assistentie. Met ADC ArcheoProjecten is afgesproken dat mensen die willen helpen daarvoor tevoren contact opnemen met de dagelijks leider in het veld. Dit is Mariëlle Kenemans. Als men het centrale telefoonnummer van ADC ArcheoProjecten belt (033-2998181), dan wordt men doorverbonden met Mariëlle in het veld. Zij kan dan bepalen of en wanneer assistentie gewenst is.

Hopelijk tot ziens in Bennekom!
 
^

AWN-17 Zomeropgraving 2005

 
 

In tegenstelling tot eerdere mededelingen zal de zomeropgraving 2005 niet plaatsvinden in het Musiskwartier, maar in de Schuytgraaf in Arnhem. Zoals aangekondigd vindt deze zomeropgraving plaats van 15 t/m 19 augustus.

Het onderzoek zal plaatsvinden op vindplaats 2 in de Schuytgraaf. Dit is een boerderijplaats met de naam Schutgraaf. De laatste boerderij is enkele tientallen
jaren geleden gesloopt. Verwacht worden resten van de voorganger(s) van de boerderij vanaf ongeveer de 14e eeuw. Proefsleuven van archeologische bedrijven hebben te weinig resultaat opgeleverd om tot een professionele opgraving te komen. Uit recente vondsten van onze AWN-afdeling blijkt echter dat er nog delen van houtens staanders van gebouwen en omgreppelingen aanwezig zijn. De kans is aanwezig dat er tóch nog structuren van één of meer gebouwen aan het licht te brengen zijn.

We gaan in de week van 15 t/m 19 augustus enkele opgravingsputten aanleggen in de buurt van de gevonden palen.

Wie deel wil nemen aan de zomeropgraving, moet zich VOOR 10 AUGUSTUS aanmelden bij Dénes Beyer, Vlissingenhof 9, 6845 CH Arnhem, tel. 026-3819006 of veldwerk@archeologiemijnhobby.nl

Om inzicht te krijgen in de hoeveelheid werk die we kunnen verzetten, s.v.p. opgeven welke van de 5 dagen je denkt mee te doen. We zouden graag tot een taakverdeling zien te komen, met name onder de meer ervaren AWN-ers. Graag zouden we voor elk van de volgende taken iemand hebben die deze taak op zich neemt:
--vondstverwerking
--meten en tekenen (assisteren)
--fotografie
--aanvoer, afvoer en beheer van veldwerkmateriaal
--catering
--eventueel video-opnames

Vlak voor de start van de zomeropgraving krijg je dan nadere informatie toegestuurd over de precieze locatie, routebeschrijving en tijden.

Hopelijk tot ziens op de zomeropgraving.

 
^

Arnhem – Musiskwartier

 
 

Vanaf maandag 28 februari wordt er weer gegraven in Musiskwartier. Gedurende twee weken wordt er onderzoek gedaan op de plek waar een pand gesloopt is. Er is plaats voor één of twee AWN'ers die assistentie willen verlenen aan BAAC.
Heb je zin om mee te graven, meld je dan aan bij Ben Clabbers arnhem@archeologiemijnhobby.nl

 
^

Arnhem – Eusebiusbinnensingel

 
   

In de week van 1 maart start de vernieuwing van de riolering op de Eusebiusbinnensingel. Dit wordt archeologisch begeleid door Jan Verhagen, en de AWN kan assisteren. Mogelijk wordt hierbij achter de Walburgkerk de vijfde stadspoort van Arnhem aangetroffen! Ook hiervoor kun je je aanmelden bij Ben Clabbers arnhem@archeologiemijnhobby.nl

 
^
Verslag AWN Zomeropgraving Bennekom 3-12 augustus 2004
Dénes Beyer  
   
   

Elk jaar probeert de afdeling een zomeropgraving te organiseren. Dit jaar was het lange tijd onzeker of er wel een zou komen. Halverwege juli kwam het verlossende woord. In Bennekom bleken er mogelijkheden te zijn en dankzij de inspanningen van Suzanne van der A, gemeentelijk archeoloog van Ede, heeft van 3 tot en met 12 augustus de zomeropgraving plaatsgevonden. Er hebben 25 AWN'ers en introducees aan meegedaan, op in totaal 7 werkdagen.

De weersomstandigheden waren zomers tot tropisch. In de eerste week was het droog, zonnig en warm met temperaturen van 30 ° C en meer. In de tweede week was het iets koeler (27 ° C), wat meer bewolkt, en op de laatste middag brak een regenbui los.

Het onderzoek stond onder leiding van Suzanne van der A van de gemeente Ede. We hebben gegraven onder de opgravingsbevoegdheid van het ADC. Namens de AWN lag de leiding bij Wim Angenent en Dénes Beyer. De begeleiding namens ADC Archeo Projecten was in handen van Mariëlle Kenemans.

Korte beschrijving onderzoeksterrein

De locatie van de zomeropgraving was het terrein van het voormalige streekziekenhuis in Bennekom langs de snelweg A12, aan de noordkant van het dorp. Op dit terrein van ongeveer 12 ha groot wordt een nieuw woon-zorg centrum ontwikkeld. Een gedeelte van de gebouwen is nog in gebruik. Bij een booronderzoek eerder dit jaar waren diverse vondsten aangetroffen. Het terrein bestaat uit dekzand met hierop een esdek dat in dikte varieert. In het westen is het esdek dikker dan aan de oostkant. In 50 boringen is prehistorisch aardewerk gevonden, waarschijnlijk IJzertijd en mogelijk ouder. De aardewerkvondsten leken zich te concentreren in een gebied van bijna 8 ha. Er waren ook aanwijzingen voor ijzerproductie door de vondst van ijzerslakken. Daarnaast is ook glas, vuursteen en houtskool gevonden. Naar aanleiding hiervan is een groot proefsleuvenonderzoek gestart door ADC ArcheoProjecten. Dit onderzoek is 13 juli begonnen. Het was bedoeld om in kaart te brengen welke sporen er op het terrein aanwezig zijn. In totaal zouden meer dan 20 proefsleuven van 5 meter breed en enkele tientallen meters lang worden geopend. Van deze proefsleuven zou de AWN er twee mogen onderzoeken.

Werkzaamheden week 1

Bij de start van de zomeropgraving waren twee proefsleuven aan de AWN toebedeeld, elk ongeveer 15 meter lang en 5 meter breed. Deze lagen aan de westzijde van het onderszoeksterrein aan de Edeseweg.

Gestart werd met put 7, een put die twee weken eerder door ADC was opengelegd en getekend. Deze put bevatte veel sporen en was ruim anderhalve meter diep. De vele sporen in de put waren aangekrast en met een prikker gemarkeerd. Inmiddels was de bovenlaag uitgedroogd en waren de sporen nauwelijks meer te zien. Gestart werd met het opschaven van het vlak om de sporen weer zichtbaar te maken. Ook na het schaven waren niet alle sporen op de ADC tekening in het veld te zien. De warmte en droogte van de afgelopen dagen hadden waarschijnlijk een deel van de sporen minder zichtbaar gemaakt. In plaats van de zichtbare sporen te tekenen, is besloten om de sporen op de vlaktekening terug aan te krassen in het veld. Aan de oostzijde van de put is hiermee gestart. In overleg met Suzanne is besloten hoe de eerste sporen te couperen. Van alle sporen zijn coupes gemaakt en getekend. Vondsten zijn verzameld, genummerd en van kaartjes voorzien. Er is vooral aardewerk gevonden, voor zover bekend allemaal IJzertijdscherven.

Onder enkele sporen zijn paalgaten ontdekt. Hierop is besloten om alle sporen schavenderwijs af te werken, in de hoop eventuele onderliggende sporen zo op te merken. Op deze manier zijn nog enkele paalgaten ontdekt.

De droogte maakte het zeer lastig om de sporen duidelijk te zien. Er is gesproeid met water, maar dit leidde niet altijd tot betere zichtbaarheid.

Het werk in de hitte werd veraangenaamd door ijsjes die werden uitgedeeld door twee dames van Opella, de opdrachtgever voor het onderzoek.

De leiding in deze put was in handen van Dénes Beyer, terwijl Wim Angenent de algehele leiding had en belangstellenden (ook de pers) uitleg gaf. Met name het artikel in Bennkoms Nieuwsblad van 4 augustus leidde tot veel belangstelling van mensen.

Werkzaamheden week 2

In week 2 is het onderzoek aan put 7 afgerond en is gestart met het onderzoek van een nieuwe proefsleuf, put 20. Deze is ongeveer 50 meter lang en 5 meter breed en lag zo´n honderd meter van de eerste put vandaan. De put was ongeveer een meter diep. De leiding in deze put was in handen van Jos de Grood (eerste twee dagen) en Jan Verhagen (laatste dag). Oorspronkelijk was het de bedoeling om een andere proefsleuf te onderzoeken, maar hiervan is in overleg afgezien.

Gestart is met het waterpassen van het vlak en een deel van het maaiveld langs de put. Hierna is gestart met couperen en het tekenen van de coupes. In deze put waren diverse sporen te zien, waarvan een groot deel paalgaten. Van enkele sporen zijn grondmonsters genomen. In eerste instantie kwamen er weinig vondsten uit deze put. Op de laatste dag kwamen er dan toch meer vondsten, namelijk uit een greppel. Uit de (boven)vulling van grondspoor 9 kwamen enkele scherfjes (mogelijk bronstijd) en wat breuksteen.

Van de westelijke sleufwand is op 5 plaatsen een profielopname gemaakt. Niet het gehele profiel is getekend, maar van elke tien meter één meter profiel. De profielen zijn door ADC gefotografeerd. De opbouw is steeds vergelijkbaar. In profiel P2 kwam zowaar uit de ongeroerde grond een inheemse scherf.

Een fascinerend fenomeen in deze put betreft een serie sporen in het noordelijk deel van deze put. Hier waren in het vlak op regelmatige onderlinge afstand rijen onregelmatige sporen te zien. Deze lopen bijna haaks op de lengterichting van de put. De onderlinge afstand is ca. 1,20 m tot 1,40 m. In het zuidelijk deel van de put komen deze sporen bijna niet voor, maar hier ligt het vlak ook dieper t.o.v. het huidige maaiveld. Er is intensief gediscussieerd over de vraag wat dit zou kunnen zijn. Gezien het feit dat het hier en daar zeer donkere grond betreft, zal het wel geen erg oud fenomeen zijn. Ook het feit dat het parallel aan de percelering loopt, wijst in die richting. Mogelijk betreft het een of andere vorm van mechanische diepe grondbewerking, b.v. diepwoelen. De sporen zijn met lijnen aangegeven op de vlaktekening.

Het onderzoek in put 7 is in de tweede week afgerond. De belangrijkste activiteiten waren het afwerken en intekenen van de coupes. Er waren enkele sporen met veel aardewerkvondsten.

Verder is het gehele zuidprofiel opgeschaafd, en ingetekend. Het profiel is door ADC gefotografeerd, en hierna ingekrast. Duidelijk kwam een kartelvormige scheiding tussen twee lagen aan het licht. Deze was ook in put 15 te zien. In toaal is 15 meter profiel getekend. Het onderste gedeelte van het profiel is per meter breed getekend, gezien de complexe vormen van de lijnen. Het tekenen van het proefiel op de laatste dag werd onderebroken door een enorme regenbui. In de laatste druppels hiervan is de laatste 4 meter getekend. Door de fysisch geograaf van het ADC is een pollenbakmonster genomen over de grijze laag in het profiel.

Tot slot

Op de laatste dag is Suzanne van der A bedankt voor al haar inspanningen om de zomeropgraving mogelijk te maken. Het was een leuke, interessante en leerzame opgraving, waarbij de sporen door de droogte moeilijk zichtbaar waren. Er is gegraven op een nederzettingsterrein dat stamt uit de IJzerijd en mogelijk zelfs de late Bronstijd.

Na de werkzaamheden zijn alle vondsten en tekeningen overgedragen aan ADC. De uitwerking en rapportage van de AWN-putten vindt plaats door het ADC binnen het totale proefsleuvenonderzoek. We wachten in spanning af!

zomeropgraving 2004 1
Verkleuringen, aangekraste sporen en zand … foto: Diederik Mittendorp














zomeropgraving 2004 2
Even afkoelen in de schaduw .......foto: Diederik Mittendorp













zomeropgraving 2004 3
Impressie van de werkzaamheden..... foto: Diederik Mittendorp
  ^