home >>> nieuws
   
   
> minisymposium 27 mei  
> Hulp gezocht  
werkavonden Ede  
> Werkdagen Arnhem
> Kapitein Bellen  
> Historische Herberg  
> Opgraving Uitvindersbuurt Ede
> Collectie Becking
> Limes op de voorlopige lijst van Werelderfgoed van de UNESCO?
> Berging deel middeleeuws schip  
> Veldwerk  


27 mei, Minisymposium, De Molenplaaats  

U bent van harte uitgenodigd om in De Molenplaats (voorheen het Bezoekerscentrum), Zijpendaalseweg 24a, 6814 CL Arnhem het minisymposium te bezoeken. start 20:00 uur.
Jeroen Loopik, ADC; De Oeverstraat ontwikkeld
Roderick Geerts, ADC; Een grafveld en een Romeinse Einzelhof in de Hüsenhof te Groesbeek

 
Hulp gezocht voor  

• het bestuur [2 vacatures] vergadert 1 x per maand op de werkplaats in Ede, m.u.v. juli, aug. en dec.]
• het beheren van onze financiën [penningmeester]
• het organiseren van excursies
• het meewerken op de werkplaats in Ede, donderdag van 19:30 tot 22:00 uur.
• het meewerken op de werkplaats [depot] Arnhem, dinsdag van 10:00 - 14:00 uur.
Voor informatie kan er contact opgenomen worden met de secretaris

 
Werkavonden Ede omhoog
De werkavonden zijn zo succesvol dat we dit wekelijks gaan doen. Iedere donderdag vanaf 19:30 uur: Gerda van Raan-Onderwater, of 06-22749835 Maurits Kazerne, Nieuwe Kazernelaan 2, 6711 JC Ede, de witte routebordjes ‘Werkgroep Archeologie Ede (AWN)’ volgen tot Arthur Koolkazerne (‘gebouw 11’).  

werkdagen Arnhem

 

Elke dinsdag van 10-14 u! Er liggen nog projekten genoeg om uit te werken en de koffie staat klaar. Depot, Hazenkamp 66, 6836 BA Arnhem

De inloopavonden staan voorlopig nog niet op de agenda.

Kapitein Bellen

Kapitein Bellen

 

In de eerste helft van de 20ste eeuw was de naam van kapitein Hendrik Joseph Bellen onlosmakelijk verbonden met de Veluwse en Drentse heidevelden. Vooral in de alom aanwezige zandverstuivingen en nieuwe ontginningen deed hij zijn belangrijke archeologische ontdekkingen.
Als amateurarcheoloog onderhield hij contact met internationaal bekende archeologen als Holwerda in Leiden en Van Giffen in Groningen. Ook was hij medeoprichter van de vereniging Oud Ede. Vooral onder de bevolking was hij een bekende persoonlijkheid; de officiële wetenschap was minder enthousiast.
In 1931 werd Bellen overgeplaatst naar Assen. Daar voelde hij zich, in navolging van Picardt en Knappert, steeds meer aangetrokken tot de folklore. Min of meer noodgedwongen verkocht hij in 1933 zijn archeologische vondsten voor een crisisprijs aan het Rijksmuseum van
Oudheden te Leiden.

Bellen behoorde tot de medeoprichters van het Ario-Germaans Genootschap. Daarmee schaarde hij zich onder de voorstanders van de oerarische cultuur. Veel van zijn collega’s raakten door de tijdgeest besmet met nationaal socialistische gevoelens, maar Bellen bleef soldaat van Oranje. Een bijkomende bijzonderheid aan hem is dat hij in zijn Drentse periode gaandeweg de archeologie meende te moeten bewijzen door middel van de volgens hem nooit falende folklore. Hij zocht naar de verbinding tussen archeologie en ‘de waarheid’ van sprookjes en legenden.
Als folklorist voelde Bellen zich thuis onder spiritualisten en hield hij zich bezig met Heilige Lijnen en ziekteverwekkende Aardstralen. Zijn met behulp van de wichelroede verkregen spectaculaire archeologische ontdekkingen haalden menigmaal de landelijke pers. Steeds weer gaf Bellen antwoord op onmogelijke vragen en voelde zich daarbij niet gehinderd door wetenschappers die er een andere mening op na hielden. Al doende werd hij een vreemde en bijzonder interessante eend in de bijt onder de Nederlandse prehistorische amateurarcheologen.
Henk M. Luning (1935) is amateurhistoricus en schrijft regelmatig over Drentse historische onderwerpen in de uitgave Ons Waardeel van de Drentse Historische Vereniging, de Nieuwe Drentse Volksalmanak en in de Asser Historische Reeks. Van zijn hand verschenen ondermeer Geschiedenis van de kerk te Noordlaren (1977) en De buitenplaatsen Meerlust, Bloemert, Meerwijk, van bisschoppelijk tafelgoed tot recreatieoord (1980). In samenwerking met provinciaal archeoloog Wijnand van der Sanden kwam in 2009 Over Galg en Rad, executieplaatsen in Drenthe tot stand. In 2006 werd hem de DHV-prijs voor de Drentse geschiedenis toegekend.

Henk M. Luning: Volgens Kapitein Bellen. Archeologie, folklore en wichelarij op de Veluwe en in Drenthe.
ISBN: 978-90-8890-137-9 Taal: Nederlands
Prijs: € 29,95 (Incl. BTW, excl. verzendkosten)
Sidestone Press / www.sidestone.com

Historische Herberg

De Historische Herberg is een ontmoetingsplek waar actuele thema's en projecten over het historisch erfgoed van de stad aan de orde worden gesteld. Voor wie iets in te brengen heeft, is er altijd ruimte.
ledereen is welkom en de toegang is gratis.

De Historische Herberg is in:
De Molenplaats (voorheen het Bezoekerscentrum Sonsbeek)
Zijpendaalseweg 24a 6814 CL Arnhem

Informatie/contact over de Historische Herberg of wilt u iets inbrengen op een bijeenkomst, stuur dan een mail naar de

http://www.bezoekerscentrumsonsbeek.nl/bezoekerscentrum/historische-herberg

Opgraving Uitvindersbuurt te Ede

omhoog

Zaterdag 12 en vrijdag 18 en 19 maart heeft een aantal vrijwilligers van onze afdeling aan een opgraving meegedaan in de Uitvindersbuurt in Ede. Uit eerdere opgravingen was al bekend dat hier al in de prehistorie bewoning is geweest. De vondsten zijn met name uit de brons- / ijzertijd, de laat-Romeinse tijd en de Merovingische tijd.
De opgraving wordt in opdracht van de gemeente Ede verricht door BAAC; onze afdeling had op het terrein een eigen werkput.
Er zijn in deze werkput o.a. een greppel, een waterkuil en diverse paalsporen gevonden alsmede enkele fragmenten aardewerk uit de genoemde periodes.

Klik op bovenstaande collage voor een overzicht van alle foto's.

Collectie Becking

 

In 2009 overleed de Wageningse microbioloog Jan Hendrik Becking. Als amateur archeoloog en paleontoloog had hij gedurende zijn leven veel archeologische vindplaatsen in de omgeving van Wageningen verkend en daarbij materiaal verzameld en gedocumenteerd.
De wens van de familie was de collectie zoveel mogelijk bijeen te houden en in permanente bruikleen aan musea te geven. Omdat J. H. Becking meer dan 50 jaar in "biologenstad" Wageningen heeft, geleefd en de verzameling de signatuur van een in archeologie geïnteresseerde bioloog heeft, was Museum De Casteelse Poort in Wageningen voor de familie de beste optie. De collectie bestond uit o.a. vuursteen uit Midden- Limburg, en uit het aan Wageningen grenzende Veluwegebied. De Midden- Limburg collectie werd overgebracht naar het Leudal museum in Haelen, dat reeds een enorme collectie op dit gebied in haar bezit heeft. Verder bestond de collectie uit botmateriaal. Dit is inmiddels geïnventariseerd en gedetermineerd door Hazenberg Archeologie Leiden BV. Op dit moment wordt nog nader onderzoek verricht naar een menselijk schedelfragment dat mogelijk rond de 10.000 jaar oud is. Het zou dan het oudste (Pleistocene) menselijke schedelfragment zijn dat tot nu toe in Nederland is aangetroffen. Ook in de aardewerkcollectie bevinden zich topstukken, zoals complete kogelpotten.
De Archeologische Werkgemeenschap Nederland ( AWN) heeft het op zich genomen alle aardewerkfragmenten te onderzoeken. Een enorme klus, want het gaat om meer dan 200 fragmenten!!
In de metaalcollectie bevinden zich enkele bronzen voorwerpen, o.a. een bijl, een schildknop en een speerpunt. Van de meeste objecten is de exacte vindplaats en ligging niet bekend. Dat betekent dat de archeologisch- wetenschappelijke waarde van de collectie beperkt is. Maar het materiaal heeft wel een grote archeologisch- educatieve waarde. Reden waarom het museum er alles aan zal doen om de collectie als één geheel te bewaren en in te zetten bij toekomstige educatieve programma's. (az)

Nieuwsbrief van het Museum de Casteelse Poort, nr. 22

Limes op de voorlopige lijst van Werelderfgoed van de UNESCO?

Opengewerkte maquette van het hoofdkwartier (principia) van het limesfort in Arnhem- Meinerswijk: het enige fort van de limes in Gelderland dat ook archeologisch is aangetoond.

Route van de limes zoals die door Gelderland tot de grens van Nederland loopt. (www.romeinselimes.nl)

De provincie Gelderland verzoekt staatssecretaris Zijlstra van Cultuur de limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk van de Zwarte Zee tot Engeland, op de voorlopige lijst te plaatsen van het werelderfgoed. De provincie doet dit samen met Zuid-Holland, Utrecht en de meest betrokken gemeenten. Daarnaast zijn de bestuurlijke afspraken hernieuwd over de samenwerking rond de Romeinse limes. Delen van de limes staan al op de werelderfgoedlijst. Vanuit de internationale gemeenschap is op Nederland een beroep gedaan tot voordracht van de limes als toevoeging aan de reeds geplaatste delen van de limes in Engeland, Schotland en Duitsland. Er worden momenteel nominaties voorbereid door Oostenrijk, Hongarije en Kroatië. Door de hernieuwde samenwerking en investering van de drie provincies hoopt Gelderland dat de voordracht succesvol zal zijn.

Samenwerking rond de Limes
In het najaar van 2010 zijn de drie gedeputeerden Cultuurhistorie van Gelderland, Zuid-Holland en Utrecht overeengekomen de samenwerking rond de limes te hernieuwen. Hiervoor is geld beschikbaar gesteld zodat namens de drie provincies een coördinator kan worden aangetrokken. Deze gaat allerlei activiteiten op het terrein van recreatie zoals fietsroutes, vaarroutes etc, educatie en waar nodig bescherming van deze historische grens afstemmen. De samenwerking moet het gat opvullen dat is ontstaan door het opheffen van Projectbureau De LlMES. Het beschermen van dit cultuurhistorisch monument vloeit voort uit de limesalliantie en past binnen het provinciale Belvoirbeleid.

Limes
De limes is de grens van het voormalige Romeinse Rijk en werd van ongeveer 6 na Chr. tot zo'n 400 na Chr. door de Romeinen gebruikt. limes is de Latijnse term voor 'grens' en 'pad'. In Nederland loopt de limes van Katwijk aan Zee via de Oude Rijn langs Arnhem naar Duitsland. Hiermee is de limes het grootste archeologische monument van ons land. Een levend monument dat nog altijd invloed uitoefent op onze huidige cultuur.

‘Gelders Erfgoed’ 2011 – 1, Kwartaalblad voor de erfgoedsector


Berging deel middeleeuws schip

Resten middeleeuws schip

Op woensdag 13 mei 2009. werd in het Arnhemse Meinerswijk de resten van een 13-eeuws schip geborgen. Het betreft een samenwerkingsproject van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (voorheen Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, RACM) en de gemeente Arnhem. In de jaren 70 van de vorige eeuw zijn al delen van het schip “de Meinerswijk 3” geborgen.

Hiernaast ziet u belangstellenden bij de restanten van het enige dertiende-eeuwse schip dat ooit in Nederland gevonden is. Het werd gisteren opgetakeld uit een plas in de Arnhemse polder Meinerswijk. Ook in 1977 kwam al een deel van het schip naar boven, maar de rest liet zich niet vinden.

Kort geleden lukte dat wel door duikende amateur-archeologen. Het scheepje wordt nu geconserveerd en gereconstrueerd en op termijn in Arnhem tentoongesteld. Opvallend is dat de zijkant van het scheepje uit boomstammen bestaat. Alleen in Duitsland zijn eerder twee dergelijke vaartuigjes gevonden. Waar het Arnhemse bootje toe heeft gediend, is onduidelijk.

VELDWERK  

Veldwerk – algemeen

Het veldwerk is een belangrijke pijler van de afdeling.
Veel mensen vinden het leuk om in het veld actief met archeologie bezig te zijn. Het veldwerk kan bestaan uit:

• het doen en beschrijven van grondboringen. Hiermee wordt inzicht verkregen in de bodemopbouw en de aanwezigheid van archeologisch materiaal zoals aardewerk of houtskool. Meestal vindt het booronderzoek plaats om vast te stellen of het terrein archeologisch waardevol is en er nader onderzoek nodig is

• het uitvoeren van een veldverkenning. Hierbij wordt een terrein systematisch afgelopen en worden vondsten verzameld die aan het oppervlak liggen.

• het uitvoeren van waarnemingen. Hierbij wordt op een terrein gekeken in bouwputten of rioolsleuven wat de bodemopbouw is en of er archeologische sporen zijn.

• een opgraving. Vrijwel altijd vindt een opgraving plaats onder leiding van een gemeente of bedrijf. De AWN kan hierbij meehelpen. In enkele gevallen doet de AWN zelfstandig onderzoek. Werkzaamheden op een opgraving kunnen zijn het schaven van een vlak in de put, het schaven van een profiel, het tekenen van grondsporen of profielen, of het uitgraven van bijvoorbeeld een waterput.

Veel van het veldwerk vindt plaats in nauwe samenwerking met de gemeentearcheologen van Arnhem en Ede.

Veldwerkzaterdagen
Veldwerkactiviteiten worden altijd aangekondigd op onze lezingen en op de website. Onze vaste veldwerkzaterdagen zijn de zaterdagen na de lezing. Het programma voor deze zaterdagen wordt op de lezing daaraan voorafgaand bekend gemaakt. Diegenen, die er aan mee willen doen verzamelen zich 's morgens bij de werkplaats aan de Hazenkamp 66 te Arnhem. Vanaf daar vertrekken we om naar de opgravingslokatie. Het is ook mogelijk dat een andere verzamellocatie wordt afgesproken.

Naast deze zaterdagen kunnen ook op de tussenliggende zaterdagen en doordeweeks activiteiten plaatsvinden. Voor informatie over de veldwerkzaterdagen kunt u bellen of mailen naar Dénes Beyer.

Op werkdagen wordt assistentie verleend aan de gemeentelijke archeologen van Arnhem en Ede.

Aarzel niet om aan onze veldwerkaktiviteiten deel te nemen. Er is geen speciaal gereedschap of kennis voor nodig. Het is de doelstelling van de AWN om mensen met de archeologie kennis te laten maken. Als vereniging zorgen wij voor de benodigde gereedschappen en begeleiding. Het enige waar u voor moet zorgen is eten en drinken en een goed humeur. Voor het graafwerk worden schoenen met vlakke zolen aanbevolen, en bij nat weer uiteraard laarzen en regenkleding.

Contactpersonen

Voor het meest actuele overzicht van het veldwerk kunt
u contact opnemen met onze veldwerkleiders:
  1. voor de gemeente Arnhem
    op doordeweekse dagen
    Ben Clabbers
    026-4452678,

  2. voor de Liemers
    veldwerkleider Jan Verhagen
    0316-344241,

  3. voor in het buitengebied
    Rinus Houkes
    026-3814013,

  4. voor alle overige zaken
    de veldwerkcoördinator Dénes Beyer
    026-3819006,

 
  omhoog